een nieuwelinge waadt
nogal omzichtig door de ondiepten
van onze stad. haar naaktheid
wordt gesluierd gedragen uit angst
voor onherroepelijke ontmaagding.
mijn repressieve onthouding
bij vermijdbare conversaties
is slechts een façade
maar vormt momenteel de norm
om nog iets van gratie te behouden.

het liep als een zotte
vanaf het begin
de eerste kus in de nis
van onze ommuring.
ik liet je toe in mijn stad
die ook snel de jouwe werd.
met spuitbussen gaven
we zwarte meningen kleur,
afstervende constructies
hielpen we een handje
en de nieuwe werden
zeer feestelijk onthaald.
we omarmden het leven
de stad en elkaar
tot op die ene dag
eind december
de abruptheid van je vertrek
mij voorzag van een holle
lege weduwnaars blik.

en dan nu de ontegenzeglijk
magnetische zuiging
van die nieuwe verschijning
op zoek naar beschutting
in de storm van een stad.

als een banaan die volwaardig
esthetisch van haar mantel wordt ontdaan
en lingerie die met zachte strelingen
en ingehouden passie van een lijf wordt gestroopt
zo ontvouwt haar verschijning
met contouren van perfectie
een gracieus plan om mijn wegkijken
voor een moment of langer te doorbreken.

ja, ik wil
met jou
in mijn stad
vluchten en rusten
vergeten en dromen
beklijven en denken
ik wil met je
dansen en zingen
vertrekken en blijven
leven en sterven.

en ook al
staat onze ambtsketen
op marktplaats voor gevorderden
wij trappen niet meer in open deuren
we trekken de oude achter ons dicht.